Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Subsidieplafond

Onderdeel van Regeling subsidie beeldende kunst en vormgeving

Er wordt een subsidieplafond vastgesteld. Er zijn jaarlijks drie subsidieperiodes. In periode 1 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. In periode 2 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. In periode 3 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. De volgende periodes worden gehanteerd: a. Periode 1: 1 januari t/m 30 april; b. Periode 2: 1 mei t/m 31 augustus; c. Periode 3: 1 september t/m 31 december. Als in een jaar het budget van periode 1 en periode 2 op de eerste dag van de volgende periode nog niet is verbruikt, wordt het restant van het budget gevoegd bij het budget voor de volgende periode in dat jaar.

Rechtspraak bij dit artikel