Voor de toepassing van de maatregel last onder bestuursdwang moet eerst worden gekeken of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid. Bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet wordt nadrukkelijk getoetst of de situatie ernstig genoeg is om direct tot sluiting over te gaan, of dat – gelet op de feiten en omstandigheden van het specifieke geval – voor de eerste keer kan worden volstaan met een waarschuwing.
Hieronder volgt een overzicht van de indicatoren die relevant zijn voor de afweging:
De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet.
Uit het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in een pand mag het ernstige vermoeden worden ontleend, dat de daar aanwezige drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Uitgangspunt is dat bij de aanwezigheid van een handelsvoorraad sprake is van een ernstige situatie en tot sluiting kan worden overgegaan. Dit laatste gebeurt in ieder geval, indien sprake is van een handelsvoorraad harddrugs. Bij het aantreffen van een hoeveelheid softdrugs van 30 gram of minder wordt in beginsel volstaan met een waarschuwing, tenzij er sprake is van een of meer van de hieronder genoemde verzwarende omstandigheden. Bij een grotere hoeveelheid softdrugs dan 30 gram in de woning is er sprake van een ernstige situatie en kan tot sluiting worden overgegaan.
De mate waarin de woning betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is.
Hierbij kan worden gedacht aan (waarnemingen van) aanloop van personen, die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht; het aantreffen van attributen, die op handel in verdovende middelen wijst zoals weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, versnijdingsmiddelen en verpakkingsmaterialen.
Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten.
Er is sprake van één of meer (vuur)wapen (s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie.
Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij kan worden gedacht aan antecedenten in het kader van de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling en bedreiging kunnen een rol spelen)
Er is sprake van recidive (binnen 3 jaar na de vorige overtreding);
Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II van de Opiumwet.
De mate van overlast, gevaar voor de omgeving en risico voor omwonenden.
Aannemelijkheid dat de woning of het lokaal niet overeenkomstig de functie wordt gebruikt.
Aannemelijkheid dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog een of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel.
Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. Dit kunnen bijvoorbeeld verklaringen of meldingen zijn van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren e.d.
Op grond van de bovengenoemde overwegingen kan op basis van één of meer indicatoren van de indicatorenlijst worden afgeweken van de handhavingsmatrix en hierdoor is het mogelijk dat er een zwaardere sanctie wordt opgelegd.