Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 30.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Uitgeest 2018

1.. Het voornemen van het college om een graf of urnennis te laten ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2.. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 3.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf of worden verdiept begraven en de aanwezige as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. 4.. Nabestaanden van een overledene die begraven zijn in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of voor herbegraving elders. 5.. Het college kan nadere regels vaststellen over het ruimen, bezorgen van overblijfselen en as.

Rechtspraak bij dit artikel