Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20.

Regels voor bijdragen in de kosten voor Wmo maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2018

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. De bedragen per vier weken, de inkomensdefinitie- en bedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 3.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. . In afwijking van hetgeen bepaald in lid 3 gelden voor de volgende voorzieningen de volgende bedragen voor het bepalen van de bijdrage in de kosten: € 20,-- per uur voor begeleiding; € 20,-- per dagdeel voor dagbesteding; € 20,-- per etmaal voor kortdurend verblijf. 5. . In afwijking van hetgeen bepaald in lid 3 wordt bij hulpmiddelen uitgegaan van de kosten bij de laagst gecontracteerde aanbieder voor betreffend hulpmiddel. 6. . Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 7. . Het college vraagt geen bijdrage voor: voorzieningen voor inwoners onder de 18 jaar, uitgezonderd woningaanpassingen; een rolstoel en het onderhoud hiervan, maar voor voorzieningen die van de rolstoel een vervoersvoorziening maken, wordt wel een bijdrage gevraagd; het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV), hiervoor wordt een gereduceerd tarief (ritbijdrage) aan de inwoner gevraagd. 8. . De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt gevraagd zolang de voorziening gebruikt wordt of tot de kostprijs bereikt is. 9. . In afwijking van lid 8 geldt voor woningaanpassingen dat de bijdrage in de kosten voor maximaal drie jaar wordt geïnd. 10. . In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de Wmo, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb vastgesteld en geïnd door het CAK.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel