Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5.

Het gesprek

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2018

1.. Het gesprek wordt gevoerd met de inwoner en indien gewenst door de inwoner met zijn/haar mantelzorger, ouders, onafhankelijke cliëntondersteuner en/of andere begeleider. In het geval van een jeugdige kan het gesprek ook gevoerd worden met alleen de ouders of wettelijk vertegenwoordiger. 2.. In één of meerdere gesprekken, kan aan de orde komen: de behoefte, persoonskenmerken en voorkeuren, persoonlijke omstandigheden, veiligheid, ontwikkeling, financiële en gezinssituatie van de inwoner met een ondersteuningsvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheid van de inwoner om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met ondersteuning uit het sociaal netwerk of met algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een voorliggende voorziening; de mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening; de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt. 3.. Indien de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2, negende lid aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. 4.. Het college informeert de inwoner over de hoogte van de bijdrage in de kosten die de inwoner verschuldigd zal zijn volgens artikel 2.1.4. van de Wmo en de wijze waarop deze bijdrage wordt geïnd. 5.. Het college informeert de inwoner over de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 6.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel