**1..** Het college stelt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het maximum uurtarief per (VVE-)peuterplaats en het VVE-jaarbedrag vast.
**2..** Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Deze is gebaseerd op het maximum uurtarief voor de dagopvang en de tabel van de kinderopvangtoeslag.
**3..** De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het gemiddeld aantal uren dat deze peuters gebruik hebben gemaakt van de peuteropvang.
**4..** Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:
per peuter op een peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maximaal 10,5 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;
per doelgroeppeuter op een VVE-peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, minimaal 10 uur en maximaal 10,5 uur per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;
per geplaatste doelgroeppeuter in de hele dagopvang, aanvullend 5 uren per week vermenigvuldigd met het door de houder gehanteerde uurtarief, maar maximaal het door het college vastgestelde maximumuurtarief, indien een peuter aantoonbaar slechts één dag gebruik maakt van dagopvang op een kinderdagverblijf;
per geplaatste doelgroeppeuter een VVE-jaarbedrag. Indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt dit bedrag naar rato verstrekt.
**5..** Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
Artikel 4