Naar hoofdinhoud
Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen: de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Delft voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; hierbij worden peuters woonachtig in de postcodegebieden 2286 en 2289 (gemeente Rijswijk) ook als woonachtig in de gemeente Delft beschouwd; de houder past een door het college vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage toe voor de ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij eenoudergezin van de ouder. Deze inkomensverklaringen dienen jaarlijks door de ouders opnieuw te worden overlegd. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing; de houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties; de houder overlegt de verantwoording van de subsidie voor 1 juni volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de eindverantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format; de houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn; houder levert op maandbasis informatie aan de gemeente met betrekking tot het aantal geplaatste peuters (uitgesplitst naar doelgroep, niet-doelgroep en ouders met en zonder kinderopvangtoeslag) en de gefactureerde ouderbijdragen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag; Onverminderd de bepalingen in de Kaderverordening beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om: een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders; naam, geboortedatum en BSN van de peuters waarop de aanvraag betrekking heeft; een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar; indien het gaat om een doelgroeppeuter op een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau Jeugd Gezondheidszorg.

Rechtspraak bij dit artikel