Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn beiden burgemeester. 2.. De voorzitter vervult zijn functie voor één jaar. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks op 1 januari tussen de deelnemende gemeenten, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. 3. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. 4. . De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander overdragen.

Rechtspraak bij dit artikel