De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke, dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemende gemeenten afzonderlijk of gezamenlijk met derden, blijven bestaan tot het moment waarop ieder van de colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het dagelijks bestuur, besloten heeft welke van de per deelnemer geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door desbetreffende gemeente gehandhaafd dan wel opgezegd dient te worden. In geval van opzegging kunnen een college en een burgemeester besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het openbaar lichaam.
Hoofdstuk 11
Artikel 32: