Naar hoofdinhoud
1.. Het openbaar lichaam heeft een heffings- en een invorderingsambtenaar. 2.. Het dagelijks bestuur wijst één of meer ambtenaren van het openbaar lichaam aan als heffingsambtenaar en één of meer ambtenaren als invorderingsambtenaar. 3.. De heffingsambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de inspecteur respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing. 4.. De invorderingsambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de inspecteur respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering. 5.. De ambtenaar van het openbaar lichaam oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de ambtenaren van de rijksbelastingdienst respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder b, c en d van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel