Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of één college dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt; een verzoek van een college dient te worden gericht aan de voorzitter. 2.. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 25, 26, 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij wet of in de regeling is afgeweken. 3.. Bij de stemming van het algemeen bestuur heeft ieder college één stem. 4.. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij unanimiteit/consensus. Wordt geen unanimiteit/consensus bereikt dan treden de colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past. 5.. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: de organisatie-inrichting; de begroting, dan wel wijzigingen daarvan; het vaststellen van de rekening; het wijzigen, dan wel opheffen van de regeling. 6.. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de directie mede ondertekend. 7.. De leden van het algemeen bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.

Rechtspraak bij dit artikel