1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
2. Met betrekking tot het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
b. ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
c. Ingeval een eigendom voor volgtijdig gebruik is afgestaan: de eigenaar van het eigendom.
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018.