Naar hoofdinhoud
1. De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. 2. De heffingsmaatstaf is een vast percentage van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, met een minimumbedrag en maximumbedrag. 3. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 4. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt 0,175 % van de WOZ-waarde, met een minimum te betalen bedrag van € 375,- en een maximum te betalen bedrag van € 5.000,-. 5. In afwijking van lid 4 bedraagt het tarief van de reclamebelasting voor de straten Aalbersestraat, Torenstraat 1 t/m 7 (even- en onevennummers), Achter ’t Raadhuis en Grotestraat 138 a en 138 b 0,149 % van de WOZ-waarde met een minimum te betalen bedrag van € 375,- en een maximum te betalen bedrag van € 5.000,-. 6. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 7. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Rechtspraak bij dit artikel