Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Citeertitel

Onderdeel van Verordening parkeerbelastingen 2018

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘verordening parkeerbelastingen 2018’. Tarieventabel bij Verordening parkeerbelastingen 2018 bedrag per tijdseenheid van 1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor: 1.1 Centrum parkeren (inclusief parkeerplaatsen op langparkeerterreinen) € 0,30 € 0,15 € 0,25 per 12 minuten of een gedeelte daarvan, daarna per 6 minuten of een gedeelte daarvan, tot 30 minuten, daarna per 6 minuten of gedeelte daarvan 1.2 de parkeerplaatsen op langparkeerterreinen € 6,00 24 uren (een etmaal van 0.00 uur tot 24.00 uur) 2. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt per jaar 2.1.1 voor de eerste bewonersvergunning € 87,00 2.1.2 voor de tweede bewonersvergunning € 110,70 2.1.3 2.2.1 Voor de derde bewonersvergunning voor de eerste ondernemersvergunning € 140,80 € 365,00 2.2.2 2.2.3 voor de tweede ondernemersvergunning Voor de derde ondernemersvergunning € 424,00 € 493,00 3. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt voor bewonersgebied: 3.1 voor een bezoekersvergunning per aaneengesloten tijdvak van 24 uur of gedeelte daarvan € 1,00 4. In afwijking van de onderdelen 2 en 3 van de tabel bedraagt het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, per jaar voor: 4.1 de parkeerplaatsen op langparkeerterreinen € 227,50 5. In afwijking van de onderdelen 2 tot en met 4 van de tabel bedraagt het tarief voor een parkeervergunning van tijdelijke aard voor een locatie als in die tijdelijke vergunning aangegeven: 5.1 per dag € 18,25 5.2 per week € 49,90 5.3 per maand € 79,10 Behoort bij besluit van de raad van 2 november 2017 de griffier van Almelo, drs. C.M. Steenbergen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel