Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 6.

Onderzoek

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2017 GEMEENTE RHENEN

1.. Een gesprek, of indien nodig meerdere gesprekken, maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt, dan wel zijn gemachtigde, zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn familie, en desgewenst de onafhankelijke cliëntondersteuner. 2.. De volgende factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de Wet maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; een indicatie van de hoogte van de kosten die de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4, van de Wet verschuldigd zal zijn. 3.. Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt en dan wel diens gemachtigde in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een persoonsgebonden budget en wat de gevolgen van die keuze zijn. 4.. Het college wijst de cliënt dan wel zijn gemachtigde op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 9 in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel