Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 38

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Berg en Dal 2017

1. . De voorzitter vraagt of stemming nodig is. Als er geen stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. . In de vergadering aanwezige leden kunnen aangeven dat zij hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming hebben onthouden. 3.. Er wordt gestemd door handopsteking tenzij de voorzitter of een of meer leden vragen om een hoofdelijke stemming. 4. . Bij een hoofdelijke stemming roept de voorzitter de leden bij naam om hun stem uit te brengen, beginnend bij het lid dat als eerste is geloot. Vervolgens gaat de stemming met de klok mee vanuit de voorzitter gezien. 5. . Bij hoofdelijke stemming is ieder lid dat zich niet moet onthouden van stemmen, verplicht zijn stem uit te brengen. 6. . De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. . Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Merkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt vragen om een aantekening dat hij zich heeft vergist, maar in de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. 8.. De voorzitter maakt de uitslag na afloop van de stemming bekend, met vermelding van het aantal voor en tegen het voorstel uitgebrachte stemmen. Hij geeft daarbij ook aan wat het genomen besluit is.

Rechtspraak bij dit artikel