Naar hoofdinhoud
De bevoegdheden hierboven bedoeld onder de punten II, III, IV en V worden door de functionaris, aan wie mandaat, volmacht of machtiging is verleend uitgeoefend in naam en onder verantwoordelijkheid van het ter zake bevoegde bestuursorgaan. Toelichting Mandaat is volgens artikel 10:1 Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (orgaan van een rechts- persoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of enig ander persoon of college met openbaar gezag bekleed) een besluit te nemen. Dit laatste is volgens artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhouden- de een publiekrechtelijke rechtshandeling, gericht dus op rechtsgevolg, bijvoorbeeld het afgeven van vergunningen en ontheffingen op grond van de algemene plaatselijke verordening. Kenmerk van mandaat is dat de bevoegdheid niet overgaat, maar in naam van de mandans wordt uitgeoefend. De mandans blijft dan ook verantwoordelijk voor de uitoefening van de bevoegdheid. Mandaat is eigenlijk de publiekrechtelijke tegenhanger van de volmacht uit het privaatrecht. Volmacht heeft betrek- king op het besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bijvoorbeeld het sluiten van de overeenkomst. Daarnaast bestaat ook nog machtiging. Hiervan is sprake bij het verrichten van feitelijke handelingen. Dit zijn weer handelingen die geen privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn of geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht. Feitelijke handelingen zijn bijvoorbeeld het geven van informatie, het vragen van inlichtingen, het uitbrengen van advies of het afsluiten van een straat. Artikel 10:12 verklaart de hele afdeling over mandaat van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing op de volmacht en de machtiging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel