Naar hoofdinhoud
De vergunning als bedoeld in artikel 21 Huisvestingswet 2014 en artikel 12 van de verordening kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken als: de vergunninghouder niet daadwerkelijk binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden is overgegaan tot onttrekking of omzetting van woonruimte; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd; het gebruik van de vergunning in de praktijk leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het pand.

Rechtspraak bij dit artikel