Naar hoofdinhoud
1.. Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft uitsluitend betrekking op woonruimte die: Nodig zijn voor het normale gebruik van de woning, en Daadwerkelijk in gebruik zijn. 2.. Een cliënt komt niet in aanmerking voor ondersteuning bij het huishouden indien hij een of meer huisgenoten heeft die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. 3.. Bij het oordeel of gebruikelijke hulp kan worden gevergd houdt het college –onverminderd de wettelijke definitie- in ieder geval rekening met; De omvang van de ondersteuningsbehoefte; De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; De omstandigheid dat een huisgenoot regelmatig niet aanwezig is vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter.

Rechtspraak bij dit artikel