1. Van het haven- of liggeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van de haven is geëindigd voor het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de be¬lastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van de haven nog volle kalendermaanden overblijven. Het vermelde in de vorige zin geldt niet voor liggeld in het jaar van ligplaatstoewijzing.
2. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt het voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken kalendermaanden van de lopende termijn betaalde haven- of liggeld op verzoek van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde haven- of liggeld over die kalendermaanden voor het vervangende vaartuig.