1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de in artikel 1 genoemde rechten betaald worden ingeval:
a. aanslag: binnen drie maanden en wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later;
b. andere gedagtekende schriftelijke kennisgeving: binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;
c. mondelinge kennisgeving: op het moment van het doen van de kennisgeving.
2. In afwijking in zoverre van lid 1a geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 200,-- doch minder is dan € 75.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1, en 2 gestelde termijnen.