Met ingang van de datum waarop de zakelijk gerechtigden (zoals vermeld in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Kadasterwet) van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangen tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.