Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.2

Klimaatadaptatie

Onderdeel van Duurzaamheidsvisie 2018 – 2021 met onderliggend programma

Niet alle gevolgen van de klimaatverandering zijn tegen te gaan. Verschillende modellen zijn opgesteld door onder andere het KNMI en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Uit deze modellen blijkt dat we rekening moeten houden met hogere temperaturen, een hogere grondwaterstand en meer wateroverlast. Dit leidt tot meer droogte, paalrot en overbelasting van het riool en vraagt om aanpassingen in de fysieke leefomgeving zoals het tegengaan van verstening van tuinen, beperken van het lozen van hemelwater op het riool en het plaatsen van bomen om schaduw te creëren. Deze aanpassingen vragen om een integrale benadering. Samenwerking met de Rijksoverheid, provincie en waterschappen zijn hierbij noodzakelijk. Ook intern moeten we samenwerken door betrokken te zijn bij de ontwikkeling van onder andere herinrichtingsopgaven, bodemplannen en het gemeentelijk rioleringsplan. Daarnaast leidt klimaatverandering tot veranderingen die niet direct te maken hebben met het fysieke domein, denk hierbij bijvoorbeeld aan een stijging in het sterftecijfer in de zomerperiode, toenemende agressie en nieuwe ziektes. Vanuit specialistische kennis kan de beleidsambtenaar bij deze vraagstukken inbreng leveren voor beleid van onder andere het sociaal domein.

Rechtspraak bij dit artikel