Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel A

Artikel A

Onderdeel van Parkeerverordening 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven, met dien verstande dat ook degene die middels een lease-overeenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt. parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats die 1. is aangeduid met het bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het  opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenparkeerplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; deelauto-gebruik: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; deelautoaanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor deelauto-gebruik ter beschikking stelt; deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake deelauto-gebruik; standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd voor deelauto-gebruik geparkeerd wordt; deelautovergunning: een vergunning voor deelauto’s, bedoeld voor het parkeren op een gereserveerde parkeerplaats voor een deelauto van een deelautoaanbieder; ewonersparkeervergunning: een parkeervergunning voor de eigenaar of houder van een motorvoertuig, die als bewoner in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een adres staat ingeschreven dat een zelfstandige woning betreft, in dezelfde sector, waar ook een het fiscale regime of parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen van kracht is; zakelijke parkeervergunning: een op naam van het bedrijf gestelde parkeervergunning ten behoeve van een bedrijf dat in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een adres staat ingeschreven dat een bedrijf betreft, of gebruik maakt van een bedrijfspand, gelegen in dezelfde sector waar ook het fiscale regime of parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen van kracht is; tijdelijke vergunning: een parkeervergunning voor degene die tijdelijk een beroep of bedrijf uitoefent in de directe omgeving van parkeerapparatuurplaatsen en/of belanghebbendenplaatsen en aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is op deze plaatsen een motorvoertuig te parkeren; spoedeisende zorgvergunning: een op naam van huisartsenpraktijk en/of een verloskundigenpraktijk gestelde parkeervergunning ten behoeve van een huisartsenpraktijk en/of verloskundigenpraktijk die in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een adres in de gemeente Ede staat ingeschreven; zorgvergunning: een op naam van de (eerstelijns) zorginstelling gestelde parkeervergunning ten behoeve van een instelling dat in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een adres staat ingeschreven dat een instelling betreft, of gebruik maakt van een pand, gelegen in dezelfde sector waar ook het fiscale regime of parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen van kracht is; bezoekerskaart: een kaart ten behoeve van bezoekers van een bewoner die in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven op een adres in de schil rond het centrum van Ede, in het centrum van Ede, dan wel op een adres in het stationsgebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten, dat een zelfstandige woning betreft, met welke kaart gedurende een bepaalde periode kan worden geparkeerd in het gebied waar het fiscale regime of parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen van kracht is; fiscaal regime: de op basis van artikel 2 van de parkeerbelastingverordening van toepassing zijnde regeling; parkeerplaats op eigen terrein: 1. Een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins (zoals aangewezen parkeerplaatsen op kenteken voor artsen, gehandicapten, auto-date) of; 2. Een parkeerplaats in een (collectieve) garage of op een perceel, die volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager bestemd is; 3. Als parkeerplaats op eigen terrein wordt tevens aangemerkt de oprit die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van tenminste één auto; 4. Een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager (na 1 maart 2007) een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen. Als parkeerplaats op eigen terrein wordt niet aangemerkt: - De met de woning verbonden (individuele) garage - Een losse garagebox, die niet direct met de woning verbonden is; voltijdwerker: werknemer van een bedrijf, wiens werkweek tenminste 32 uur bedraagt; zelfstandige woning: een zelfstandig belastingobject in de zin van de onroerend zaakbelastingen in gebruik als woning.

Rechtspraak bij dit artikel