We hebben als gemeente zelf ook instrumenten om voor het erfgoed te zorgen. Een deel daarvan heeft betrekking op monumenten, een ander deel is specifiek voor archeologie, een derde deel richt zich op erfgoed in het algemeen.
** 4.3.1 .** Monumenten
Monumentenbescherming
De rijksmonumenten worden beschermd door de Erfgoedwet en de Omgevingswet, zodra deze laatste in werking treedt. De gemeentelijke monumenten vonden al bescherming in de Monumentenverordening Purmerend 2010. Deze vervalt en wordt opgevolgd door de eerdergenoemde Erfgoedverordening gemeente Purmerend 2017, die samen met deze nota wordt vastgesteld. De Erfgoedverordening regelt o.a. de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten, de aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen en de aanwijzing van beschermde stadsgezichten.
Onderhoud aan monumenten en aan panden binnen een beschermd stads- en dorpsgezicht is vaak vergunningvrij. De stelregel in de omgang met monumenten is dat als de monumentale waarde van een monument niet wijzigt, de werkzaamheden tot het reguliere onderhoud behoren en vergunningsvrij kunnen worden uitgevoerd. Bij grootschalige restauraties, bijvoorbeeld van de constructieve onderdelen of bij het geheel vervangen van de dakbedekking of het voegwerk, zijn de werkzaamheden wel vergunningplichtig. Hierbij wordt uitgegaan van de regels zoals vastgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Erfgoedcommissie van MOOI Noord-Holland adviseert omtrent vergunningaanvragen met betrekking tot monumenten. Dit onafhankelijke advies van deskundigen is een verplichting die in de Erfgoedwet en de gemeentelijke Erfgoedverordening is opgenomen. De Erfgoedcommissie treedt ook op als sparring partner bij meer algemene erfgoedvragen, en adviseert ook in een eerder stadium (preadvies). Ook vindt afstemming plaats tussen het advies van de Erfgoedcommissie en de Welstandscommissie. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan de regels voor de vergunningverlening die nu in het overgangsrecht van de Erfgoedwet zijn opgenomen over naar de Omgevingswet.
Subsidieregelingen voor monumenten
De bestaande Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Purmerend 2013 regelt voor de gemeentelijke monumenten dat subsidie kan worden verkregen voor instandhoudings- en restauratiewerkzaamheden. Eén maal in de vijf jaar is per monument 5.000,00 euro subsidie beschikbaar voor het sober en doelmatig uitvoeren van onderhoud- en restauratiewerkzaamheden. Voor rijksmonumenten die geen woonhuizen zijn, zoals kerken, kastelen en molens, kan een beroep worden gedaan op de landelijke Subsidieregeling instandhouding monumenten. De instandhoudingssubsidie is bestemd voor sober en doelmatig onderhoud over een periode van zes jaar, op basis van een instandhoudingsplan. Eigenaren van een rijksmonumentaal woonhuis kunnen bij het Nationaal Restauratiefonds tegen lage rente een Restauratiefonds-hypotheek aanvragen. De Restauratiefondsplus-hypotheek is een lening verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds met een lage rente, voor grootschalige restauraties en herbestemming van rijksmonumenten. Ook provincies hebben budget beschikbaar voor instandhouding. Eigenaren van een provinciaal of rijksmonument (zonder woonfunctie) kunnen een subsidie aanvragen om hun monument te restaureren of te onderhouden. Ook is een Monumentenhypotheek aan te vragen bij aankoop van een monument of restauratie. Voor deze lening geldt een hoger rentepercentage dan voor de Restauratiefondshypotheek. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een gemeentelijk of rijksmonument. Zowel de Restauratiefondshypotheek als de Monumentenhypotheek kunnen worden aangevraagd bij het Nationaal Restauratiefonds. Sinds mei 2017 is er ook de Uitvoeringsregeling subsidie onderzoeken duurzaam benutten monumenten Noord-Holland 2017. Doel van deze regeling is het bevorderen van de publiekstoegankelijkheid en de duurzaamheid van monumenten.
Uitvoeringsrichtlijn bij restauratie
Werken aan monumenten vereist specifieke deskundigheid. Als bij een ingreep cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt en deze ingreep technisch gezien functioneel en degelijk wordt uitgevoerd, is sprake van restauratiekwaliteit. Bij de uitvoering van een restauratie is de zwakste schakel bepalend voor de totale kwaliteit. Om de kwaliteit te borgen heeft de RCE een algemene Beoordelingsrichtlijn Onderhoud en Restauratie opgesteld en heeft de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) technische uitvoeringsrichtlijnen vastgesteld voor het onderhoud en de restauratie van monumenten. 4 http://www.stichtingerm.nl/richtlijnen De ERM-uitvoeringsrichtlijnen zijn praktische richtlijnen die voor en door de beroepsgroep zijn gemaakt. Zij zijn qua doel en totstandkoming vergelijkbaar met normalisatienormen, zoals NEN en ISO. Er zijn al veel richtlijnen vastgesteld zoals voor historisch metselwerk, restauratievoegwerk, historische schilderwerk en timmerwerk.
Aan de omgevingsvergunning voor monumenten worden voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in of krachtens de artikelen 2.10 tot en met 2.20 Wabo. Een voorbeeld is het voorschrift dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de in de beroepsgroep geldende ERM-richtlijnen. Het aangeven van eisen als noodzaak, publicatiedatum en reikwijdte van de ERM-richtlijnen is daarbij relevant. De ERM-richtlijnen kunnen en worden ook o.g.v. artikel 4:38 Awb opgenomen als voorwaarde in de subsidiebeschikking voor de instandhouding van gemeentelijk monumenten. Als in vergunningvoorschriften of subsidiebeschikkingen niet expliciet naar de ERM-richtlijnen wordt verwezen hebben zij geen bindend karakter. Ze zijn dan wel nuttig bij de uitleg/interpretatie van algemener geformuleerde normen (zoals het verbod in art 11 lid 1 Monumentenwet om een monument te beschadigen of te ontsieren), vergunningvoorschriften of subsidieverplichtingen.
** 4.3.2 .** Archeologie
In 2008 heeft Purmerend voor het eerst een eigen archeologiebeleid vastgesteld. Dit beleid wordt in dit erfgoedbeleid opgenomen en vrijwel ongewijzigd voortgezet. Het enige verschil is dat enkele waterlopen in de gemeente nu ook als een archeologische verwachtingszone opgenomen zijn. Bij ingrepen in de waterbodem, met uitzondering van onderhoudswerkzaamheden, moet een archeologisch bureauonderzoek worden verricht.
In de bestemmingsplannen is opgenomen dat op plaatsen met een middelhoge of hoge verwachtingswaarde voor archeologie, onderzoek gedaan moet worden als het om grotere bouwprojecten gaat. Een uitgebreide toelichting op dit beleid is opgenomen in bijlage 2.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde moet vanaf een bepaald oppervlak aan bodemverstoring archeologisch onderzoek worden gedaan. Het komt voor dat de kosten van archeologisch onderzoek onevenredig hoog zijn in verhouding tot het bouwplan dat ontwikkeld wordt. We gaan onderzoek doen naar een methodiek voor de financiering van onevenredig hoge kosten.
** 4.3.3 .** Bestemmingsplannen
Al het overige erfgoed wordt beschermd via de bestemmingsplannen. Het Besluit ruimtelijke ordening zegt in artikel 3.1.6, vijfde lid, dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met deze waarden. In de toelichting van de bestemmingsplannen moet hier verantwoording over worden afgelegd. Zoals in hoofdstuk 3 al aangegeven, is het niet de bedoeling om nieuwe ontwikkelingen ter plaatse van deze waarden onmogelijk te maken. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen blijven mogelijk, er zal alleen wel goed gemotiveerd moeten worden op welke wijze er rekening met het aanwezige erfgoed gehouden wordt. De gemeentelijke werkprocessen worden zó ingericht dat erfgoed in de beginfase van het planproces een inspiratiebron voor het ontwerp kan zijn.
** 4.3.4 .** Erfgoedkaart
Een goed beheer en bescherming van het erfgoed begint bij kennis. Niet alleen kennis ván het erfgoed, maar eerst en vooral kennis dát een object cultuurhistorische waarde heeft. Tot nu toe was er geen gemeentebreed beeld van de cultuurhistorische waarden. De monumenten, de behoudenswaardige panden in de binnenstad en de archeologie waren wel in beeld, maar andere erfgoedwaarden, zoals historische wegen, waterlopen en terreinen, waren nooit systematisch geïnventariseerd. Om deze reden hebben we de Erfgoedkaart opgesteld. Dit is een digitale, via de website van de gemeente raadpleegbare kaart, waarop het erfgoed van de gemeente Purmerend getoond en beschreven wordt. We maken de kennis over het Purmerendse erfgoed hiermee voor iedereen toegankelijk.
De Erfgoedkaart is onderverdeeld in vier themakaarten:
De Cultuurhistorische waardenkaart toont het bovengrondse erfgoed van Purmerend en is een bron van informatie over het Purmerendse verleden en zijn objecten. De kaart wordt ingezet als kennisbron bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en om burgers en professionals te informeren over de geschiedenis van de stad. Op deze kaart hebben we het volgende opgenomen:
Het bestaande erfgoed van Purmerend: rijks- en gemeentelijke monumenten, behoudenswaardige panden in de binnenstad, stolpboerderijen en historisch-geografische elementen zoals oude waterlopen, wegen, terreinen en groen. Maar ook moderne bouwwerken, zoals de Melkwegbrug over het Noord-Hollands Kanaal en de Stokkenbrug in Weidevenne staan op deze kaart. Deze objecten hebben de potentie om in de toekomst uit te groeien tot waardevol cultureel erfgoed. Cultuurhistorisch adviesbureau Vestigia heeft objectieve criteria voor de waardering van deze waarden opgesteld.
Een selectie van het verdwenen erfgoed. Dit zijn: de voormalige marktplaatsen, stadspoorten en bouwwerken die een rol van betekenis hebben gespeeld in de geschiedenis van Purmerend zoals het Slot Purmersteijn en het St. Ursulaklooster. Deze elementen zijn een inspiratiebron voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Een selectie van gebouwen die om een of andere reden als bijzonder zijn aan te merken in het licht van de Purmerendse geschiedenis. Hier behoren o.a. de nog bestaande panden toe die aan het begin van de twintigste eeuw ontworpen zijn door de beroemde Purmerendse architecten Ko Oud en Jan Stuyt. De Cultuurhistorische Waardenkaart is een dynamische kaart. Dat wil zeggen dat deze na vaststelling door de raad niet onveranderlijk is. Beschrijvingen kunnen worden aangepast als nieuwe, relevante informatie beschikbaar komt. Ook kunnen nieuwe elementen aan de kaart worden toegevoegd, als deze voldoen aan de criteria.
De Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart was al opgesteld bij het archeologiebeleid dat in 2009 werd vastgesteld. Deze kaarten zijn nu in aangepaste en geactualiseerde vorm overgenomen.
Op de themakaart Stedenbouwkundige perioden hebben we van iedere wijk in Purmerend uiteengezet wat de stedenbouwkundige principes waren in de tijd dat ze ontstonden en in hoeverre deze principes in de wijken zijn doorgevoerd. Bij toekomstige ingrepen in de wijken wordt met deze informatie rekening gehouden.
De themakaart Straten van Purmerend bevat informatie over de geschiedenis van de straten in het historische centrum en in de nabije omgeving daarvan.
** 4.3.5 .** Website
We hebben een speciale website ontwikkeld, www.erfgoedpurmerend.nl. Hier hebben we de Erfgoedkaart op geplaatst. Ook geven we hier informatie over de historie van Purmerend, informatie over monumentensubsidies, links naar historische kaarten en verenigingen, alles wat interessant kan zijn voor het Purmerends erfgoed, monumenteneigenaren en iedereen die geïnteresseerd is in het verleden van Purmerend.
** 4.3.6 .** Welstandsnota
De welstandsnota bevat regels over het uiterlijk van gebouwen en bouwwerken. In de welstandsnota is de historische binnenstad aangewezen als bijzonder welstandsgebied waar zware welstandseisen gelden, om de historische kwaliteit zo goed mogelijk te bewaken. De centrale doelstelling voor dit gebied is hierin als volgt geformuleerd:
“het versterken van de herkenbaarheid en specifieke identiteit van de stedenbouwkundige samenhang van de binnenstad in het algemeen en het maximaal behoud van het historische karakter van de gebouwen in het bijzonder.”5 Welstandsnota Purmerend, pag. 25.
Een opvolger van de welstandsnota, de nota ruimtelijke kwaliteit, is in voorbereiding. Hierin zal zoals het er nu naar uitziet voor de binnenstad gelijkwaardige normen worden opgenomen qua welstand als waarvan sprake in de huidige welstandsnota. De rol en samenstelling van de welstands- en de erfgoedcommissie zal met het oog op de komende Omgevingswet in deze nota nader ingevuld worden.