Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De grondslag voor de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Kampen

Het college stelt voor 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het maximum tarief per (VVE-)peuterplaats en het VVE-jaarbedrag vast. Het college stelt jaarlijks vóór 31 december de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op het uurtarief en de gecomprimeerde tabel van 14 inkomensgroepen van de kinderopvangtoeslag. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen: per bezette peuterplaats en bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 7 uren per week maal het uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; per bezette VVE-peuterplaats: 3,5 uur per week, oftewel het derde dagdeel, maal het uurtarief; per geplaatste doelgroeppeuter in een VVE geregistreerde dagopvang: aanvullend 5 uren per week vermenigvuldigd met het uurtarief, indien een peuter aantoonbaar slechts één dag gebruik maakt; per doelgroeppeuter: een VVE-jaarbedrag, waarbij het bedrag naar rato wordt verstrekt indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.

Rechtspraak bij dit artikel