Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 19

Jongerentoeslag

Onderdeel van Beleidsregel individuele bijzondere bijstand Heerlen 2018

Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend als en voor zover: a. Er sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan waarin niet kan worden voorzien door het delen van deze kosten met (een ander(en); b. voor de kosten geen beroep kan warden gedaan op de ouders, omdat: • de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of • de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken. De jongere bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als: a. de ouder(s) is/zijn overleden of; b. de jongere in het kader van de Wet op de jeugdhulpverlening buiten het gezin is geplaatst; c. de jongere op de ingangsdatum van de bijstandverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont; d. er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie.

Rechtspraak bij dit artikel