De individuele voorziening OZL heeft als doel cliënt te ondersteunen bij het behalen van onder meer de volgende resultaten: Jeugdige is in staat om:
• taken uit te voeren in en rondom het huis;
• isolement te voorkomen;
• besluiten te nemen;
• op een passende manier voor zichzelf op te komen;
• stabiel te functioneren en te participeren in de samenleving;
• een opleiding af te ronden
• zelfstandig of thuis te blijven wonen;
• zich zelfstandig te verplaatsen met algemeen gebruikelijke vervoersmiddelen;
• de eigen algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zo veel mogelijk zelf te verrichten;
Ouders zijn in staat om:
• met (de gevolgen van) de beperking van de jeugdige om te gaan.
Het college bepaalt de omvang van de OZL door verdeling in twee niveaus (1 en 2).
OZL 1: De cliënt kan communiceren en zelf om ondersteuning vragen. De ondersteuning is erop gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de cliënt in staat is om zijn/haar sociale leven zelfstandig vorm te geven. Er is doorgaans geen primaire noodzaak tot het overnemen van taken, bijvoorbeeld bij de dagelijkse routine. De ondersteuning kan zich dus wel richten op het overnemen van taken door een professional. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om planbare zorg. De cliënt is zich ervan bewust dat begeleiding op vaste dagen en tijdstippen langs komt om de ondersteuning te verlenen. De cliënt kan zijn hulpvraag uitstellen. Mocht er een ad hoc situatie ontstaan dan weet de cliënt hier zelf mee om te gaan of brengt dit in bij de volgende afspraak met de begeleiding.
OZL 2: De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. De cliënt kan (nog) niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. Voor de dagstructuur en het voeren van regie heeft de cliënt ondersteuning van anderen nodig. Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) die voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Deze problemen kunnen zodanige vormen aannemen dat de cliënt geholpen moet worden met ondersteuning. De ondersteuning kan zich ook richten op het, tijdelijk, overnemen tot en met het aanleren van taken door een professional. Het kan dan vooral gaan om ondersteuning bij voor de cliënt complexere activiteiten. Dit kan ook voor eenvoudige taken gelden. Het gaat in deze vorm van ondersteuning om zowel planbare als niet planbare zorg. De cliënt heeft naast een of meerdere vaste dagen en tijdstippen begeleiding ook ondersteuning nodig wanneer zich een ad hoc situatie voordoet. De cliënt heeft dan direct ondersteuning nodig (telefonisch/oproepbaar).
Het college verstrekt OZL 1 of OZL 2, een combinatie hiervan is mogelijk.
Bij het bepalen van de uren OZL 1 en OZL2 berekent het college de bovengebruikelijke uren hulp aan de hand van de zelfredzaamheidsmatrix die als bijlage 1 bij deze beleidsregels is opgenomen.
Artikel 7
Uitwerking individuele voorziening OZL (artikel 2, derde lid, van de verordening)
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Haaksbergen (4.55)