Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2018

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag, opgelegd voor de belasting bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat een aanslag moet worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. Belastingbedragen van € 10,- of minder worden niet geheven. Hierbij wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. 4.. De kennisgeving, opgelegd voor de belasting als bedoeld in de onderdelen 4 en 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, moet worden betaald op het tijdstip van uitreiking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel