Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van VERORDENING PRECARIOBELASTING 2018

1.. De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van: voorwerpen, aangebracht of geplaatst door de gemeente, de provincie, het rijk of de waterschappen, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak; voorwerpen, aangebracht of geplaatst door de ANWB of een andere overeenkomstige instelling, voor zover deze voorwerpen uitsluitend een openbaar belang dienen of een verkeersaanwijzing bevatten; voorwerpen ten behoeve van de afvoer van regen- of grondwater; voorwerpen aan of in de onmiddellijke nabijheid van een perceel, bestaande uit rolluiken, alarminstallaties, televisiecamera's, lampen en dergelijke, die uitsluitend ten behoeve van de veiligheid zijn aangebracht; vlaggenstokken, vlaggenstokhouders, vlaggen, spionnetjes, bloembakken, lampen, feestverlichting, spandoeken en zonneschermen; bouwmaterialen aangebracht of geplaatst door derden ter uitvoering van een opdracht van de gemeente, verstrekt in het kader van de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak; billboards, mupi’s, abri’s en reclameobjecten rond lichtmasten; oplaadpunten voor elektrische voertuigen (e-laadpalen). 2.. De precariobelasting wordt niet geheven indien en voor zover ter zake daarvan al uit hoofde van een privaatrechtelijke overeenkomst of een andere gemeentelijke belasting-verordening een bedrag wordt gevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel