Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000,00. 2.. Subsidie wordt niet verstrekt indien het subsidiebedrag na beoordeling lager is dan € 150.000,00. 3.. Indien het project direct betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van de subsidie de som van: 70% van de kosten, bedoeld in artikel 6 eerste lid, onder a voor zover deze kosten betrekking hebben op artikel 6, tweede lid, onder a en onder b; 40% van de kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a en b voor zover deze kosten betrekking hebben op artikel 6, tweede lid, onder d tot en met h; 70% van de kosten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a en b; 40% van de kosten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder c tot en met h. 4.. Indien het project geen directe betrekking heeft op handel in en voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van de subsidie de som van: 40% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder a tot en met g, indien de deelnemer aan het samenwerkingsverband een grote onderneming is; 50% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder a tot en met g, indien de deelnemer aan het samenwerkingsverband een middelgrote onderneming is; 60% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, onder a tot en met g, indien de deelnemer aan het samenwerkingsverband een kleine onderneming is; 40% van de subsidiabele kosten voor haalbaarheidsstudies, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder h. 5.. De percentages, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden gehanteerd onder het voorbehoud dat het totaal van overheidsbijdragen aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel