1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is
precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak
op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
4. Belastingbedragen van minder dan € 10 worden niet ingevorderd.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2018 gemeente Utrecht