**1..** De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden, die de raad van buiten de kring van zijn leden aanwijst voor een periode van 2 jaar. De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden herbenoemd voor een periode van 4 jaar.
**2..** De leden van de rekenkamercommissie leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring of belofte) af:
“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!
(Dat verklaar en beloof ik!)”
**3..** De raad wijst één van de drie leden genoemd in lid 1 als voorzitter van de rekenkamercommissie aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming, het onderhouden van contact met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie en pers.
HOOFDSTUK II
Artikel 2.2
Samenstelling van de rekenkamercommissie
Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie 2005 (8.1)