Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Melding en onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2018

1. Een melding kan door of namens een persoon worden gedaan bij het college op een door het college vastgestelde wijze. Het college stelt hiertoe beleidsregels op. 2. De medewerker die de melding in behandeling neemt stelt vast: a. of het een melding in het kader van de wet is; b. verwijst, indien dat niet het geval is, de cliënt zo nodig direct door naar de plek waar de persoon zich wel kan vervoegen. 3. De medewerker bevestigt de melding en neemt deze, als het tweede lid sub b niet van toepassing is, verder in behandeling. 4. Als de medewerker heeft vastgesteld dat het een melding in de zin van de wet is en de in het derde lid genoemde situatie niet van toepassing is, stelt deze een onderzoek in conform artikel 2.3.2 van de wet. Dit tenzij de situatie bij de medewerker voldoende bekend is als gevolg van eerdere meldingen. 5. Indien de cliënt dit wenst, kan de cliënt zich bij het doen of afhandelen van de melding laten ondersteunen door iemand uit zijn eigen netwerk en/of een onafhankelijke derde. Het College wijst de cliënt en/of de mantelzorger tijdens de melding op de mogelijkheid een beroep te doen op de onafhankelijke cliëntondersteuning en waar die verkregen kan worden. Ook als het een aanvraag in het kader van de Wet langdurige zorg betreft (Wlz). 6. Indien de cliënt dit wenst kan hij binnen 7 werkdagen na de melding een persoonlijk plan indienen als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet. Het college wijst de cliënt tijdens de melding op deze mogelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel