Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

De wijze van aanvragen van een pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2018

1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het college te verstrekken pgb, dient de cliënt daartoe volgens een door het college ter beschikking gesteld format een gemotiveerde verzoek in, gebaseerd op het ondersteuningsplan, waarbij de cliënt aangeeft: a. wat hij met het pgb wenst in te kopen; b. waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; c. indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren; d. hoe hij de voorziening wenst in te kopen; e. op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; f. een onderbouwde begroting. 2. Indien de cliënt ondersteuning, begeleiding of een hulpmiddel wenst te betrekken bij een persoon uit het sociaal netwerk, dient de cliënt te motiveren dat dit tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt dan de inzet van een professional. 3. Indien de cliënt ondersteuning, begeleiding of een hulpmiddel wenst te betrekken bij een persoon uit het sociaal netwerk kan het college via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of deze persoon verantwoorde ondersteuning kan leveren. 4. Indien de cliënt zelf niet in staat is het pgb te beheren en dit niet overgenomen wordt door een wettelijke vertegenwoordiger, kan het college van de beheerder een verklaring Gewaarborgde hulp vragen, vergelijkbaar met artikel 5.11 van de Regeling langdurige zorg. 5. Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden indien: a. de cliënt naar het oordeel van het college niet voldoet aan alle in het eerste lid van dit artikel en aan het in de wet gestelde artikel 2.3.6, tweede lid, genoemde voorwaarden; b. het pgb in de plaats komt van een maatwerkvoorziening die het college in collectieve vorm aanbiedt en deze collectieve voorziening leidt tot een aanvaardbaar niveau van ondersteuning ; c. de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat; d. de cliënt naar het oordeel van het college: 1. de aanvraag niet kan motiveren en toelichten; 2. de cliënt of zijn vertegenwoordiger een bespreking van het budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; 3. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4. problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of onder de wet schuldsanering natuurlijke personen valt, tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten die hiermee gemoeid zijn komen ten laste van de cliënt 5. verwijtbaar onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten die hiermee gemoeid zijn komen ten laste van de cliënt. Onder verwijtbaar wordt verstaan dat de persoon handelingen heeft verricht of keuzes heeft gemaakt die ertoe hebben geleid dat toezicht of bewindvoering noodzakelijk is. 6. redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het pgb te beheren en de persoon die als beheerder optreedt niet voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een gewaarborgde hulp conform artikel 5.11, lid 2, van Regeling langdurige zorg (Rlz) of een daartoe gemachtigd bureau niet beschikt over het keurmerk van het Keurmerkinstituut 7. een gemachtigde of beheerder van het pgb heeft aangewezen die tevens uitvoerder is van de met het PGB ingekochte ondersteuning; e. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; f. onafhankelijk advies heeft uitgewezen dat de verantwoorde ondersteuning niet geborgd is; g. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; h. de ondersteuning die door één en dezelfde persoon geleverd wordt meer bedraagt dan 48 uur per week. Bij het vaststellen of deze 48 uur per week overschreden wordt kan ook betrokken worden de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden; i. het pgb gebruikt wordt voor het betalen van belangenbehartigers of een beheerder, of voor andere kosten dan het leveren van de ondersteuning. Onder andere kosten wordt ook verstaan reiskosten of begeleidings- of administratiekosten in verband met het beheren van een pgb. j. In afwijking van Artikel 3.1.3 onder f kan het college toestemming geven om de toegekende ondersteuning individuele begeleiding die met het pgb ingekocht wordt ook in te zetten tijdens een vakantie. k. Het college kan beleidsregels stellen voor de wijze van indienen van een verzoek zoals beschreven in Artikel.3.1.3 lid j en het afwegingskader voor een dergelijk verzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel