1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening (geleverd in natura of via een pgb), zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
2. Indien de maatwerkvoorziening is verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing van een minderjarig kind, is de eigen bijdrage verschuldigd door de in artikel 2.1.5, eerste lid, van de wet, bedoelde persoon of personen.
3. In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van collectief (openbaar) vervoer voor zover deze als maatwerkvoorziening wordt verstrekt.
4. Op grond van artikel 3.8, lid 2.a van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt het percentage zoals genoemd in artikel 3.8 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgesteld op 8 procent.
5. Het opleggen en innen van de eigen bijdrage voor ondersteuning in de vorm van opvang vindt plaats door de instelling, die de opvang verzorgt. Tenzij het college in de afspraken met de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.2
Inkomensafhankelijke eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2018