Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Betrekken ingezetenen bij de uitvoering van de wet

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2018

1. Het college stelt, volgens de Utrechtse “Participatie Standaard”, inwoners, cliënten en de bij het Maatschappelijk Netwerk Utrecht betrokken cliëntenorganisatie(s) bij het Wmo beleid in staat gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen. 2. Het college betrekt bij het bepalen van de vorm waarin inwoners worden betrokken de cliëntenorganisatie(s). 3. De cliëntorganisatie(s) bestaat uit leden met een breed netwerk in de stad, die in staat zijn de belangen van de ingezetenen in relatie tot de opdracht in de wet in voldoende mate te behartigen. 4. De cliëntorganisatie(s), bedoeld in het eerste lid: a. wordt door het college betrokken bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; b. is bevoegd om uit eigen beweging het college te voorzien van advies ten aanzien van verordeningen en beleidsvoorstellen; c. is bevoegd om onderwerpen voor het overleg aan te dragen. 5. Het college draagt er zorg voor dat de cliëntorganisatie(s) tijdig over informatie kunnen beschikken die noodzakelijk is om hun adviesrol naar behoren en binnen een redelijke termijn uit te oefenen. 6. Het college kan de cliëntorganisatie(s) ondersteunen bij de uitoefening van haar taken. 7. Het college kan in overleg met de cliëntorganisatie(s) ingezetenen op een andere wijze betrekken. 8. Het college kan beleidsregels stellen met betrekking tot het functioneren van de cliënt organisatie(s). 9. Het college zal de wijze waarop zij cliëntparticipatie organiseert verder ontwikkelen in samenwerking met in elk geval de bij het Maatschappelijk Netwerk Utrecht betrokken cliëntenraden, adviesraden en belangenorganisaties.

Rechtspraak bij dit artikel