1. Als het college uitvoering geeft aan artikel 2.4.1 van de wet, stelt het college de geldswaarde vast op de kostprijs, bedoeld in artikel 4.2.2, van de ten onrechte verstrekte maatwerkvoorziening.
2. Zodra de cliënt aan zijn betalingsverplichting ten aanzien van de terugvordering heeft voldaan, meldt het college dit bij het Centraal Administratiekantoor, zodat deze de grondslag van de verschuldigde eigen bijdrage kan corrigeren.
3. Zodra de cliënt is overleden, boekt het college de vordering af, tenzij de vordering tevens is gericht op degene die zijn medewerking heeft verleend aan het opzettelijk misbruik en die persoon nog in leven is.
4. Als het recht op een in eigendom of bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Terugvordering
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2018