Het college kan een voorziening, in de vorm van scholing, aanbieden aan uitkeringsgerechtig-den of jongeren mits dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt.
De scholing als bedoeld in lid 1 voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
de scholing is noodzakelijk voor de kortste weg naar arbeidsinschakeling;
de scholing is arbeidsmarktrelevant;
de scholing kan gericht zijn op het behalen van een startkwalificatie voor zover de uitkeringsgerechtigde hierover niet beschikt. Voor het gestelde onder lid 2 geldt dat de goedkoopste toereikende mogelijkheid moet worden benut.