1. Een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld in artikel 2 lid 2 onder b dient bij het verzoek tot benoeming en beëdiging een verklaring van een gemeente te overleggen waaruit blijkt dat deze werkzaamheden verricht als (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand voor die gemeente. Indien een dergelijk verklaring niet kan worden overgelegd dient een verklaring omtrent het gedrag te worden overgelegd.
2. Een verzoek tot benoeming van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld in lid 1 dient schriftelijk te worden aangevraagd door de aanstaande echtgenoten of geregistreerd partners.
3. De buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld in lid 1 verricht de werkzaamheden onbezoldigd.