Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen 2017

De burgemeester kan de vergunning intrekken, indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen; de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e; wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening; de vergunninghouder de bij of krachtens titel VA van de wet gestelde bepalingen heeft overtreden; gedurende een periode van ten minste zes maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt; de exploitant niet langer gerechtigd is om over de ruimte te beschikken; de exploitant hierom verzoekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel