Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 16

Voorwaarden en overige bepalingen

Onderdeel van Regeling Parkeervergunningen 2018

Aanvragers komen voor een vergunning op grond van artikel 3.7 van de Parkeerverordening 2016 om in alle sectoren te mogen parkeren in aanmerking als zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met de uitoefening van hun beroep en/of bedrijf in meerdere sectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang, tijdsduur en plaats (bedoeld voor aannemers, installateurs, schilders, e.d.). Daartoe kan een overzicht van alle, over een periode van twee maanden vooraf¬gaand aan de vergunningaanvraag, gemaakte ritten worden gevraagd. Het overzicht als bedoeld in het tweede lid moet dag, datum, tijdstip vertrek, bestemming, tijdstip terugkomst en afgelegde kilometers omvatten. Met deze vergunning mag worden geparkeerd op de vergunninghoudersplaatsen en op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de sector waar men op dat moment werkzaam is. De vergunning mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig dat direct noodzakelijk is voor de uitvoering van de storings-, onderhouds- en/of reparatiewerkzaamheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel