De belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor het parkeren met gebruikmaking van parkeerapparatuur wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
De belasting bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald voor of bij de aanvang van het tijdvak waarvoor de vergunning geldig is.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Voor zover het voldoen van de parkeerbelasting gebeurt via het aan- en afmelden bij de centrale computer wordt de belasting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid overeenkomstig de aangifte betaald binnen twee maanden na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
Hoofdstuk
Artikel 6
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Dordrecht