Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Tegemoetkoming woon-werkverkeer

Onderdeel van Regeling reis- en verblijfkosten gemeente Gooise Meren 2016

Elke ambtenaar heeft op zijn verzoek aanspraak op vergoeding van of tegemoetkoming in de gemaakte kosten van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald. De ambtenaar, als bedoeld in het eerste lid, die reist met het openbaar vervoer ontvangt een onbelaste vergoeding van 100% van de gemaakte kosten van zowel openbaar vervoer per trein als de kosten van ander (aansluitend) openbaar vervoer dan de trein. De vergoeding is gelijk aan de gemaakte kosten van het openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse. Indien de ambtenaar per fiets reist tussen de woning en het NS-station ontvangt deze een bruto vergoeding voor de eventuele werkelijke kosten van stalling. De ambtenaar, als bedoeld in het eerste lid, die reist per, al dan niet via een fietsproject in zijn eigendom gekomen fiets, ontvangt indien de ambtenaar woonachtig is; Binnen een straal van vijf kilometer van zijn plaats van tewerkstelling een fietsvergoeding ontvangt van € 0.05 per werkelijk gereden kilometer van de woning naar de plaats van tewerkstelling en terug; Buiten een straal van vijf kilometer van zijn plaats van tewerkstelling een fietsvergoeding ontvangt van € 0.19 per werkelijk gereden kilometer van de woning naar de plaats van tewerkstelling en terug; De ambtenaar, als bedoeld in het eerste lid, die reist met een eigen motorvoertuig ontvangt op verzoek een onbelaste tegemoetkoming per voor werkelijk gereden kilometers van de woning naar de plaats van tewerkstelling heen en terug, op basis van de volgende staffel, die uitgaat van de afstand enkele reis: 0 t/m10 km € -,-; 11 t/m 15 km € 65,-; 16 t/m 20 km € 91,-; 21 km e.v. € 130,-. Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op het reizen gedurende vier (of meer) werkdagen per week. Bij minder werkdagen per week wordt de vergoeding pro rata vastgesteld. Het aantal dagen waarvoor de ambtenaar aanspraak heeft op de tegemoetkoming als bedoeld in het derde en vierde lid wordt berekend overeenkomstig de richtlijnen van de Belastingdienst. De ambtenaar die voor het reizen als bedoeld in het tweede lid een vergoeding ontvangt voor een NS-jaartrajectkaart heeft aanspraak op de vergoeding tot de eerste van de maand volgend op een verhuizing naar een andere gemeente of beëindiging van het dienstverband. De ambtenaar is gehouden het aantal hele maanden van de resterende geldigheidsperiode van de NS-jaartrajectkaart terug te betalen. Indien de verhuizing of de beëindiging van het dienstverband plaatsvindt gedurende de eerste drie maanden van de periode van geldigheid van de NS-jaartrajectkaart en dit bij het aanschaffen van de NS-jaartrajectkaart niet voorzien kon worden, vindt voornoemde terugbetaling plaats met ingang van de vierde maand van de periode van geldigheid. De ambtenaar die voor het reizen als bedoeld in het tweede lid gebruik maakt van een NS-jaartrajectkaart is bij zwangerschaps- en bevallingsverlof en bij ziekte die langer dan twee maanden duurt gehouden het contract met de Nederlandse Spoorwegen tussentijds te beëindigen conform de voorwaarden van de Nederlandse Spoorwegen. De ambtenaar dient het maximaal door de Nederlandse Spoorwegen op grond voornoemde voorwaarden te restitueren bedrag voor de resterende geldigheidsperiode van de NS-jaartrajectkaart terug te betalen. De tegemoetkoming als bedoeld in het derde en vierde lid wordt stopgezet gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof met ingang van de eerste verlofdag tot aan de eerste dag van terugkomst van de ambtenaar. Bij langdurige ziekte houdt de ambtenaar aanspraak op de in het derde en vierde lid bedoelde tegemoetkoming gedurende de maand waarin de ambtenaar ziek wordt en de daaropvolgende maand. De tegemoetkoming wordt daarna stopgezet tot de dag waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden weer hervat. De afstand als bedoeld in het derde en vierde lid wordt berekend met de routeplanner van de Anwb, snelste route. Voor de berekening van het aantal te fietsen kilometers in lid drie wordt de optie ‘fiets’ aangevinkt. Voor de berekening van het aantal te rijden kilometers in lid vier wordt de optie ‘auto’ aangevinkt. Zowel voor de fiets als voor de auto wordt het totaal aantal kilometers heen en terug tot 0,5 kilometer naar beneden afgerond op de hele kilometer en van 0,5 kilometer en hoger op de hele kilometer naar boven. De uitbetaling van de tegemoetkomingen als bedoeld in het derde en vierde lid vindt plaats bij de maandelijkse salarisafrekeningen. Uitbetaling van de openbaar vervoer vergoedingen als bedoeld in het tweede lid vindt plaats bij de salarisafrekeningen telkens na declaratie van de kosten via het daartoe door het college vastgestelde formulier, waarbij de (vervoers)bewijzen overlegd dienen te worden.

Rechtspraak bij dit artikel