Naar hoofdinhoud
Controle op het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen vindt slechts plaats in het kader van de in artikel 3 genoemde doeleinden. Deze doeleinden stellen beperkingen aan de omvang en wijze van controle: controle ter verkrijging van inzicht in de mate van gebruik van de elektronische communicatiemiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt tot de verkeersgegevens. Er kan echter ook kennis worden genomen van inhoudelijke gegevens; controle ter voorkoming van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen wordt zo beperkt mogelijk gehouden, in die zin dat deze in redelijke verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt aangewend. Bovendien vindt de controle in beginsel geanonimiseerd en slechts steekproefsgewijs plaats. Content-filtering kan als middel voor controle worden aangewend; controle in het kader van het beveiligen van het systeem en het netwerk voor het tegengaan van virussen en andere schadelijke programma’s vindt op geautomatiseerde wijze plaats. Controle vindt in beginsel plaats op het niveau van getotaliseerde gegevens die niet herleidbaar zijn tot individuele personen. Controle ter verkrijging van inzicht in de mate van het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen kan echter ook op gebruikersniveau plaatsvinden. Indien een gebruiker of een groep gebruikers wordt verdacht van het overtreden van regels kan, overeenkomstig het in de beheersinstructie bepaalde, gedurende een vastgestelde (korte) periode gerichte controle plaatsvinden. Controle beperkt zich in principe tot verkeersgegevens van het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen. Alleen bij zwaarwegende redenen vindt er controle op de inhoud plaats. Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen is, afhankelijk van het elektronische communicatiemiddel, in bepaalde gevallen softwarematig onmogelijk gemaakt. Indien geconstateerd wordt dat een gebruiker dit protocol overtreedt, dan wordt de betrokken gebruiker, overeenkomstig het in de beheersinstructie bepaalde, zo spoedig mogelijk hierop aangesproken door zijn/haar leidinggevende. Het gebruik van de e-mail- en internetfaciliteiten door OR-leden, bedrijfsartsen en andere gebruikers met een vertrouwensfunctie is in beginsel uitgesloten van controle. Dit geldt niet voor de controle op de veiligheid van het elektronische verkeer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel