In principe behoren reiskosten tot de algemene kosten van het maatschappelijk verkeer. Er zijn echter situaties waarbij dat niet het geval is. Denk bijvoorbeeld aan reiskosten die gemaakt worden in verband met een bezoek aan een gedetineerd of ziek gezinslid of een 1ste en/of 2de graad bloedverwant die in een inrichting verblijft. Het gaat om de kosten die gemaakt moeten worden om het traject van thuis naar het verblijfadres van dat gezinslid of 1ste graad bloedverwant en weer terug af te leggen.
Het college stelt de noodzaak (waaronder ook de frequentie) en de hoogte van de bijstand af op basis van de omstandigheden van het individuele geval.
De reiskosten van de kinderen in verband met de bezoekregeling komen ten laste komen van de verzorgende ouder. Uit vaste rechtspraak volgt dat de reiskosten van de niet-verzorgende ouder, gemaakt in het kader van de omgangsregeling, binnen de sfeer van uitgaven die in het familieverkeer normaliter voorkomen.
Hoofdstuk 4 › § 3.
Artikel 4.13
Reiskosten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017