Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.

Artikel 4.18

Duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017

De kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Voorbeelden hiervan zijn: wasmachine, koelkast, huisraad en vloerbedekking. De kosten van duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm door middel van reservering. Voor de hoogte en de vorm wordt verwezen naar 3.5 van deze beleidsregels. In 3.5 van deze beleidsregels staan de richtprijzen voor een (volledige) inrichting (noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen). Het is aan belanghebbende een overzicht aan het college te verstrekken van die duurzame gebruiksgoederen inclusief de kosten daarvan. Het college is zonder meer bevoegd om de besteding van de bijzondere bijstand volledig te controleren. Dat brengt zowel voor het college als ook de belanghebbende een enorme administratieve belasting met zich mee. Daaronder valt dan ook de terugvordering van de bijzondere bijstand als die niet (volledig) is besteed voor het doel waarvoor deze is verstrekt. Het gevolg daarvan is ook dat de belanghebbende gelijk wordt geconfronteerd met (een aflossing op) een schuld. Dat is niet wenselijk. Sommigen doelgroepen (bijv. vergunningshouders) kunnen, ter voorkoming hiervan, gebruik maken van een zogeheten buddy met wie samen een overzicht wordt opgesteld aan de hand van objectiveerbare en verifieerbare richtprijzen. Denk bijvoorbeeld aan het lokale winkelaanbod, advertenties in de krant of Marktplaats. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt daarop vastgesteld, rekening houdend met de toepasselijke richtprijzen. Het overzicht is onderdeel van de toekenningsbeschikking. De toegekende bijzondere bijstand wordt in beginsel aan belanghebbende betaald, tenzij het college is gemachtigd om de bijzondere bijstand rechtstreeks aan de leverancier te betalen of deze beleidsregels anders bepalen. Is het college van oordeel dat belanghebbende niet in staat is tot verantwoorde besteding van de bijstand, dan kan het die bijstand in natura verlenen onder toepassing van artikel 57 van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel