Ook de kleine zelfstandige zonder personeel kan een beroep doen op bijzondere bijstand. De aanvraag wordt gezamenlijk met de medewerker zelfstandigen (Bbz) beoordeeld (bruto-netto berekening conform artikel 6 lid 2 Bbz).
De noodzaak en de hoogte van de kosten worden beoordeeld door de klantmanager inkomen, het inkomen en vermogen zal de medewerker zelfstandige worden vastgesteld aan de hand van de jaarcijfers van het voorgaande jaar. De zelfstandige is zelf verantwoordelijk voor het leveren van de jaarcijfers en krijgt daarvoor de tijd tot 1 juli van het volgend jaar. De klantmanager inkomen voert de regie op het afhandelen van de aanvraag. De medewerker zelfstandige bepaalt welk vermogen aangemerkt kan worden als “bedrijfsvermogen”. Het bedrijfsvermogen wordt bij de aanvraag om bijzondere bijstand buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 4 › § 1.
Artikel 4.3
Zelfstandigen en bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017