Als een beroep wordt gedaan op: medische of paramedische zorg op grond van de Zorgverzekeringswet, een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg, een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget op grond van de Wmo 2015, dan wordt daar vaak een wettelijke eigen bijdrage voor gevraagd. Deze wettelijke eigen bijdragen komen in principe in aanmerking voor bijzondere bijstand. Voorbeelden van deze eigen bijdragen zijn: kraamzorg, ziekenvervoer, contactlenzen, een uitneembare volledige prothetische voorziening, een vervoersvoorziening en Wlz-zorg voor verzekerden die hun indicatie niet verzilveren in een instelling.
Als de eigen bijdrage als bedoeld in 4.8 van de beleidsregels voor vergoeding in aanmerking komt op grond van de aanvullende (collectieve) zorgverzekering die de belanghebbende afgesloten, dan geldt deze verzekering ook als een voorliggende toereikende en passende voorziening. De kosten komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Van belanghebbende wordt verwacht dat de verantwoordelijkheid wordt genomen om een aanvullende verzekering af te sluiten. Het college kan dit echter niet verplicht stellen.
De eigen bijdrage voor bijzondere schoeisel zoals orthopedisch schoeisel of allergeenvrije schoenen komt voort uit een besparingsmotief. De ratio daarvan is dat degene die is aangewezen op dergelijk schoeisel in de situatie waarin dat niet het geval zou zijn geweest, gewone schoenen had moeten kopen. De hoogte van de bijzondere bijstand bestaat uit het verschil tussen de verschuldigde eigen bijdrage en het bedrag van schoenen volgens de Nibudprijzengids.
Hoofdstuk 4 › § 2.
Artikel 4.7
Eigen bijdragen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017