Bijstandsgerechtigden met een niet-rechthebbende partner hebben op grond van artikel 24 van de wet recht op 50% van de voor hen geldende gehuwdennorm. Daarbij heeft de wetgever geen verschil willen maken naar de reden van het niet-rechthebbend zijn. In veel gevallen zal dit niet tot problemen leiden. Denk bijvoorbeeld aan de belanghebbende met een niet-rechthebbende partner die een studie volgt waarvoor een tegemoetkoming op grond van de WSF-2000 wordt verkregen. Er zijn echter situaties waarin dat wel tot problemen kan leiden. Het gaat om twee groepen. De eerste groep betreft belanghebbenden met kinderen die voor de Belastingdienst geen alleenstaande ouder zijn en daarom geen verhoging krijgen van het kindgebonden budget: de zogeheten alo-kop. Zij missen een bedrag van € 3.066,- per jaar (bedrag 2016). De tweede groep zijn belanghebbenden zonder kinderen. Zij missen het verschil tussen de hier bedoelde 50% norm en de bijstandsnorm die geldt voor een (echte) alleenstaande. Het gaat om belanghebbenden met een niet-rechthebbende partner omdat deze partner:
niet gelijkgesteld wordt met een Nederlander (de illegale vreemdeling); of
in detentie verblijft.
Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de situaties bedoeld in het onderdeel 6.1 van deze beleidsregels. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de hoogte van de zogeheten alo-kop (met ten laste komen kinderen) of het verschil tussen de hier bedoelde 50% norm en de bijstandsnorm die geldt voor een (echte) alleenstaande.
Het college kan aan de bijzondere bijstand die onder toepassing van art. 16 van de wet wordt verleend nadere verplichtingen verbinden dat de belanghebbende tegen afwijzing of herziening van de Awir-toeslagen in bezwaar gaat. Het gaat dan om het aanvechten van het standpunt van de Belastingdienst-Toeslagen dat toekenning van deze toeslagen een onaanvaardbare doorkruising is van het zogeheten koppelingsbeginsel.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Situaties met een niet-rechthebbende partner
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Barendrecht 2017